
Dit kleurige prentenboek, dat tegelijk in tien talen en dertien landen
is verschenen, toont de fabelachtige tekentechniek van deze illustratoren die we
uit vroeger werk kennen. Het eerst valt op de natuurgetrouwheid van de
afbeeldingen, uitgevoerd in potlood, pen, krijt en aquarel, om van de vele
getekende grapjes nog maar te zwijgen. Het boek opent met een dubbelpagina
waarop wel 50 dieren staan afgebeeld: bekende en onbekende, wilde en tamme,
tropische en arctische. Over deze dieren komen we van alles aan de weet: hoe
kruipen ze uit het ei, waar leven ze, hoe bewegen ze zich voort, waar wonen ze,
hoe verzorgen ze hun jongen, etc. Er is een oerwoud-zoekplaat en een illustratie
met diverse poeperds. De platen, met dieren uit verschillende werelddelen bij
elkaar, nodigen uit tot kijken en praten met individuele of kleine groepjes
kinderen. Dit met grote vakbekwaamheid gemaakte boek kan gebruikt worden tot
kinderen een jaar of 10 zijn.