Achtergrondinformatie

              Omhoog Achtergrondinformatie Lessuggesties Sprookjesreis

Start
Onderbouw
Bovenbouw
Verteltassen
Verteltafel
Kamishibai
Poëzie
Musical
Kinderboekenweek
Voorleesdagen
Boekentips
Links
Gastenboek
Lesbrieven
RAAbits

 


                                       
                                         Doornroosje
 

  Doornroosje (La Belle au bois dormant) is een Europees sprookje uit de verzameling van de Franse schrijver Charles  
  Perrault, voor het eerst gepubliceerd in 1667 onder de titel De sprookjes van Moeder de Gans.
  Later is het ook opgetekend door de gebroeders Grimm in hun Kinder- und Hausmärchen onder nummer KHM50.
  Doornroosje staat ook bekend als De Schone Slaapster of Sleeping Beauty.

                                                                                

  De Versie van Grimm

  De bekendste versie van het sprookje is door de gebroeders Grimm opgetekend en gaat als volgt:
  Een koning en koningin verlangen al heel lang naar een kindje, maar dit gebeurt maar niet. Als de koningin zich baadt,  
  kruipt er een kikker uit het water en zegt: als het jaar voorbij is, zul je een dochter ter wereld brengen. Inderdaad bevalt de
  koningin na een jaar van een meisje en de koning organiseert een groot feest. Behalve familie, vrienden en kennissen nodigt
  hij ook de wijze vrouwen uit, zodat zij het kind een goed hart zouden toedragen.

  Er zijn dertien wijze vrouwen in het rijk, maar de koning heeft slechts twaalf gouden borden en hij besluit daarom één vrouw
  niet uit te nodigen. Na het feest schenken de wijze vrouwen het kind wondergaven, zoals deugd, schoonheid en rijkdom. Elf
  wijze vrouwen hebben hun wondergave al gegeven, maar dan komt plots de dertiende binnen. Ze is boos omdat ze niet is
  uitgenodigd, en neemt wraak. Ze voorspelt dat de koningsdochter zich zal prikken aan een spintol als ze vijftien is, en dit
  niet zal overleven.

De twaalfde kan de vervloeking niet opheffen, maar kan deze wel verzachten. De prinses zal niet sterven, maar honderd jaar slapen. De koning laat alle spintollen in hethele koninkrijk verbranden, terwijl de goede wensen van de wijze vrouwen uitkomen. Het meisje is mooi, ingetogen, vriendelijk en verstandig en iedereen houdt van haar. Als ze vijftien wordt, zijn haar ouders niet thuis. Ze loopt door het kasteel en klimt in de oude toren. In de torenkamer ziet ze een oude vrouw met een spintol die vlas zit te spinnen.

De prinses weet niet wat een spintol is, en als ze hem wil pakken prikt ze zich. Ze valt op een bed en komt in een diepe slaap. Iedereen in het kasteel heeft hetzelfde lot, ook de paarden in de stal, de duiven op het dak en de vliegen aan de muur. Zelfs het vuur beweegt niet meer in de haard en het vlees houdt op met pruttelen. De kok, die net het koksmaatje een klap wilde geven, de hofhouding en de koning en koningin vallen in slaap als de wind gaat liggen. Rond het kasteel gaat een doornhaag groeien en op een gegeven moment is het kasteel niet langer te zien, zelfs de vlag op het dak is verborgen.

In het land ontstaat een gerucht over de mooie slapende Doornroosje en vele koningszonen proberen door de haag te dringen. Dit lukt hen niet, want ze komen vast te zitten in de stekels, en ze sterven stuk voor stuk. Op een dag komt een koningszoon die al van zijn grootvader hoorde over Doornroosje. Hij weet dat velen stierven, maar wil toch een poging wagen. De honderd jaren zijn verstreken en als de jongen bij de doornhaag komt, ziet hij enkel mooie bloemen. De bloemen wijken uiteen als hij loopt en sluiten zich weer achter hem.

De koningszoon ziet iedereen in diepe slaap in het kasteel en komt bij de toren. Hij ziet Doornroosje op het bed in de torenkamer en kust haar omdat ze zo mooi is. Als zijn lippen haar raken, ontwaakt ze en kijkt hem vriendelijk aan. Ieder mens en dier in het kasteel ontwaakt als ze samen de trap afdalen, ze gaan door met wat ze honderd jaar geleden deden.

Het paar trouwt en het huwelijk wordt groots gevierd, ze leven vrolijk en blij tot het eind van hun leven.

Afwijkende versie

Bij de doopplechtigheid van een lang verlangde prinses, offerden de als doopouders uitgenodigde feeën talenten als schoonheid, geestigheid, gratie en muzikaal talent. De boze fee was echter over het hoofd gezien en deze toverkol betoverde de prinses onder het mom van een talent, als ze volwassen werd zou zij haar vinger aan een spoel van een weefgetouw prikken en sterven.

Een goede fee (hoewel ze de betovering niet ongedaan kon maken) veranderde de toverspreuk zodanig dat de prinses niet zou sterven maar honderd jaar zou slapen, totdat zij zou ontwaken door een kus van een prinsenzoon.

De koning verbood in het hele koninkrijk het spinnen of bezit van een weefgetouw op straffe des doods, maar tevergeefs. Toen de prinses vijftien of zestien jaar oud was, kwam ze bij toeval bij een oude vrouw in een kamer van een toren van het kasteel terecht, die aan het spinnen was.

De prinses vroeg de oude vrouw of ze het spinnen mocht proberen en het onvermijdelijke gebeurde. De betovering werd voltooid, de goede fee kwam terug en deed iedereen in het kasteel in slaap vallen.

Uiteindelijk hoorde een prinsenzoon het verhaal van de betovering, worstelde zich door de wilde rozen waaronder het kasteel was bedolven en drong het kasteel binnen. Hij kuste de prinses; iedereen in het kasteel werd wakker en ging verder met wat ze aan het doen waren. Het jonge paar leefde vele jaren lang en gelukkig.

De Schone Slaapster in het Bos

De oorspronkelijke titel van het sprookje is La belle au bois dormant. In het Engels staat het sprookje bekend als The sleeping beauty, in het Duits als Die schlafende Schöne am Wald en in het Nederlands als De schone slaapster in het bos. De oudst opgetekende versie behoorde tot de Sprookjes van Moeder de Gans door Charles Perrault. De versie wijkt op een aantal punten sterk af van de versie van Grimm en gaat als volgt:

Als er in het koninkrijk eindelijk een prinsesje geboren is wordt er een groot feest gegeven. Vijftig feeën worden hierbij onthaald en ontvangen met een prachtig gulden etui met gouden bestek erin. Dan verschijnt er echter een hele oude fee, die allang doodgewaand werd. De koning zorgt er weliswaar al gauw voor dat zij ook deel mag nemen aan de feestmaaltijd, maar een mooie etui zit er niet meer in, en de oude fee is kwaad dat ze over het hoofd is gezien.

Wanneer de feeën hun doopgaven afspreken over de baby komt de oude fee als laatste: als het prinsesje zestien is zal ze zich prikken aan de spoel van een spinnewiel en sterven! Eén jonge fee voorzag echter de woede van de oude fee en spreekt snel de bezwering uit dat de prinses honderd jaar zal slapen waarna een prins haar met een liefdeskus zal wekken.

Ondanks de waakzaamheid van de koning prikt de prinses zich toch op haar zestiende en valt ze in slaap. Na door een dwerg met zevenmijlslaarzen (zie Kleinduimpje) gewaarschuwd te zijn tovert de goede fee de hele hofhouding mee in slaap, zodat de prinses nog iets vertrouwds zal hebben als ze ontwaakt. Zodra de koning en koningin weg zijn groeit er een woud om het kasteel heen. Pas na honderd jaar slaagt de zoon van de koning die toen regeerde om het kasteel te bereiken, en haar wakker te kussen. Kort daarop volgt hij zijn vader op als koning.

De ellende is echter nog niet voorbij, daar zijn moeder menseneter is. Wanneer hij tijdens een lange reis de regering aan haar overlaat wil ze één voor één de kinderen van het jonge paar en uiteindelijk de koningin zelf voorgeschoteld krijgen. Een poging haar te bedriegen mag niet helpen, en uiteindelijk weet enkel de onverwachte terugkomst van de jonge koning het gezin te redden.

Achtergronden

  • Het sprookje uit Kinder- und Hausmärchen komt uit Hessen.
  • De sprookjes werden in latere drukken gekuist, zodat ze voor een groot lezerspubliek geschikt zouden zijn. Seksuele elementen werden symbolisch weergegeven, de veranderingen zijn goed te volgen in de Duitse uitgaven.
  • Het sprookje kwam zeldzaam voor in volksoverleveringen, de versie van Grimm kan heel goed gebaseerd zijn op het sprookje van Perrault omdat de vertelster een hugenoten-achtergrond had (Frans).
  • Het sprookje heeft veel overeenkomsten met het verhaal van Brunhilde uit het Nibelungenlied, zij wordt in slaap gebracht met een slaapdoorn en wordt door een ondoordringbare vlammenzee omgeven.
  • In de Pentamerone is het een vlashaag waar de prins doorheen moet.
  • In de eerste drukken ging het om een kreeft, pas in de derde druk werd dit een kikker (zie ook: de kikkerkoning - KMH1, dit werd door de gebroeders Grimm als belangrijkste sprookje gezien).
  • De twaalf wijze vrouwen verwijzen naar feeën zijn verwant aan de Nornen (de Scandinavische lotsgodinnen) en kunnen ook verwijzen naar de twaalf tekens van de dierenriem (sterrenbeelden). Ze worden ook wel als heks, druïde of begijnen gezien.
  • De dertiende vrouw lijkt te verwijzen naar het vervangen van de maankalender, de zonnekalender kwam in de plaats, ook wordt verwezen naar het matriarchaat wat plaats maakte voor het patriarchaat.
  • Een verdwenen kasteel komt ook voor in De bijenkoningin (KHM62), het verdwenen KHM 130a (Der Soldat und der Schreiner).
  • Het wekken van een slapende komt voor in De glazen doodskist (KMH163), het verdwenen KHM 82a (Die drei Schwestern) en Sneeuwwitje en de zeven dwergen (KMH53).
  • Vaker werden jonge vrouwen in slaap gebracht in sprookjes, zie ook Magische plaatsen en planten. Meerdere malen wordt hierbij verwezen naar de Doornappel (als giftige appel, waaraan je je zeker kunt prikken omdat de plant veel stekels heeft), zelfs Eva zou volgens verhalen verleid zijn van deze appel te eten.
  • Het spinnen als vrouwelijke activiteit komt in vele sprookjes voor, bijvoorbeeld Vrouw Holle, De drie spinsters (KMH14), Repelsteeltje (KMH55), Klitte (KMH156), Het klosje, de schietspoel en de naald (KMH188).
  • In veel versies prikt de prinses zich aan de spoel van een spinnewiel in plaats van een weefgetouw of spintol (hiermee kan men handmatig spinnen).
  • De roos is geheimzinnig, het is een teken van de liefde maar de doorns zijn dodelijk.
  • Het verhaal heeft overeenkomsten met Roman de Perceforest (Frans) en Frayre de Joy es Sor de Plaser (uit Catalonië), beide uit de veertiende eeuw. Hierin wordt een slapend meisje zwanger gemaakt. In Sonne, Mond und Talia van Giambattista Basile komen alle elementen voor, maar in het sprookje van Perrault is de zwangerschap niet meer duidelijk aanwezig.

 

Trivia

  • In 1952 opende in de Efteling het Sprookjesbos met daarin onder meer 'Het Kasteel van Doornroosje'.
  • In 1959 maakte Walt Disney een avondvullende tekenfilm gebaseerd op dit sprookje genaamd Sleeping Beauty. In het Nederlands heet deze film Doornroosje. Ook is het kasteel van Doornroosje te bewonderen zowel in Disneyland als in Disneyland Parijs.
  • Van het verhaal over Doornroosje is ook een reizende productie geweest in België en Nederland. In Nederland was de tour in 2002-2003 te zien. Ook heeft de musical nog een periode in het Efteling Theater gestaan.
  • In Shrek 2 (2004) komt Doornroosje als een van de VIP's op het feest van Shrek en Prinses Fiona. En in Shrek the Third (2007) speelt Doornroosje ook een rol.
  • Doornroosje met de stekelige doornhaag rond het kasteel lijkt te verwijzen naar de Doornappel, een giftige plant die mensen inderdaad in "slaap" kan brengen (en erger). De giftige appel komt in veel sprookjes voor, zoals Sneeuwwitje. Ook andere sprookjesfiguren dragen de naam van een plant, zoals Repelsteeltje (KMH55) en Raponsje (KMH12) (beide naar het repelsteeltje / rapunzelklokje) of Vlijtig Liesje (naar het vlijtig liesje).

    Informatie komt van Wikipedia