|

Artikels
Hieronder kun je een stuk uit een artikel lezen van: De wereld van het
jonge kind december 2005
Deze werkwijze past prima bij het werken met de verteltafel.....
Tafelspel_____________
Een vorm van poppenspel zonder kast is het tafelspel. De
poppenspeler is dus zichtbaar. Het is te
vergelijken met het poppenspel voor de kring met een pop op de hand.
Alleen is er een tafel bij met
een landschap, een decor. De poppen kunnen knuffels zijn of er wordt
gebruik gemaakt van
wereldspelmateriaal. De regels voor het spel zijn niet erg streng. Als
een figuurtje niet meespeelt, ligt
hij gewoon ergens. De ervaring heeft uitgewezen, dat de kinderen zich
helemaal inleven in het spel en
de poppenspeler vergeten.
Bij het tafelspel wordt het decor op een tafel gemaakt,
bijvoorbeeld door gedrapeerde lappen en
objecten uit de natuur: takken, dennenappels, stenen. Het tafelspel is
heel geschikt om een klein
verhaaltje uit een (prenten)boekte spelen. Bij een aantal prentenboeken
zijn de bijpassende poppen en
knuffels te koop. Een lichtspotje op het spel gericht, verhoogt de sfeer.
Dat geldt ook voor de muziek,
maar die moet dan wel heel goed getimed zijn en met de voet aan, uit,
harder of zachter gezet kunnen
worden.
Het haneboek
Hieronder volgt de uitwerking van zo'n eenvoudig
prentenboekverhaal: Eén haan gaat op wereldreis
van Eric Carle (zie: Prentenboek van de maand). Het verhaal gaat over
een haan die graag een
wereldreis wil maken. Als hij op stap gaat, ontmoet hij twee poezen, die
willen mee. Dan komen ze
langs drie kikkers, die willen ook mee en zo ook vier schildpadden en
vijf vissen. Als ze een poosje op
weg zijn, wordt het donker. Dan worden de vissen bang. Ze willen weer
naar hun sloot. Vervolgens
krijgen de schildpadden honger, de kikkers willen ook terug en de poezen
idem. De haan besluit ook
maar weer naar zijn hooiberg te gaan. Voorde uitwerking van dit spel zijn
de vissen vervangen door
biggen.

Tafels klaarmaken
Voor dit tafelspel is de opstelling van tafels in een carré het
geschiktst. Verschillende kinderen kunnen
erbij betrokken worden, zonder elkaar in de weg te lopen en zonder het
uitzicht van de kijkers te
belemmeren. De figuurtjes zijn van klei gemaakt en beschilderd.
Over de tafels ligt een laken met daarop en daaronder stenen. Ze
suggereren een heuvelachtig
landschap. De haan staat op een verhoging, de poezen liggen in een
mandje. Een paar takken klimop
zijn in hoepelvorm in elkaar gedraaid. Ze stellen een kikkerpoel voor. De
schildpadden bevinden zich in
gras en de biggen in een hoopje zand op een bord.
Het spel
De speler begint te vertellen en pakt de haan. Ze laat hem
vertellen: 'Kukelekuuuuuuu! Ik heb zin om
een reis door de wereld te maken. Hier op de boerderij is het altijd maar
hetzelfde. Ik heb zin in
avontuur. Kukelekuuuuuu!' De speler manipuleert de haan zo, dat hij
deftig van zijn verhoging afstapt.
Na een eindje gestapt te hebben, komt hij langs de poezen. Hij begroet ze
en dan volgt een vraag- en
antwoordspel tussen haan en poezen. De poezen mauwen en praten en
brouwen... Dat gaat zo verder
tot en met de biggen. Als ze met z'n allen in een kring zitten, nemen de
biggen het initiatief om terug te
gaan. Ze worden gevolgd door de anderen en de haan gaat weer op zijn berg
zitten en gaat dromen
van een reis om de wereld. Dus alle dieren bevinden zich weer op hun
beginpositie. De speler heeft
maar twee handen. Kinderen kunnen heel spontaan gaan helpen, maar gebeurt
dat niet, dan wijst de
speler een kind aan en wenkt hem om een dier mee te laten lopen. De
kinderen mauwen, kwaken,
knorren met de dieren mee.
Laat niet meer dan vijf kinderen meespelen, anders wordt het te
druk. Er wordt dus om de tafel
gelopen tot een 'eindpunt' en vervolgens lopen ze weer terug in
omgekeerde volgorde. Op de foto is te
zien dat de tafel buiten is opgesteld. De kinderen spelen vol overgave
mee. Toen het spel afgelopen
was, hebben zij nog een tijd de dieren laten rondlopen op de tafel.
Afsluiting
Ter afsluiting kan er een lied gezongen worden op de wijs van In
Holland staat een huis.
Eerste couplet: En de haan die ging op reis (bis, enz.)
Tweede couplet: En twee poezen liepen mee (bis, enz.)
Derde couplet: En drie kikkers sprongen mee (bis, enz.)
Vierde couplet: En vier schildpadden schuifelden mee (bis, enz.)
Vijfde couplet: En vijf biggen huppelden mee (bis, enz.)
|