













|
|
Bewegen met Platvoetje

Materiaal: Het
prentenboek ‘Platvoetje moet al een keer in de klas zijn voorgelezen. Van de
laatste bladzijde maak je een vergroting zodat de groep de brief echt ontvangt.
Eventueel
kun je het lied Heks, lelijke heks, lelijke toverheks... van Hans Peters Jr.; Benny Vrede
Productions
fluiten. Verder heb je een handpop of vrolijk gekleurde schoenen nodig.
Inleiding:
Verschillende vervoermiddelen
De kinderen zitten in een kring in de speelzaal en het boek Platvoetje
wordt in het kort door jou
en de kinderen herhaald. Dan tover je een groot vel papier te voorschijn. Het
is dezelfde
geheime brief als in het boek.
De kinderen ontcijferen samen met jou de brief. Dan vraag je of ze zin
hebben om mee te gaan
naar het bos van Platvoetje. Natuurlijk hebben ze zin, maar hoe komen ze daar?
Ze gaan
allerlei vervoermiddelen bedenken en uitproberen door deze samen na te doen. Ze
proberen
de step, de fiets, de brommer, de motor, de auto, de rollerskates, etc. Let erop dat
de
bewegingen goed worden uitgevoerd. Niet alle voertuigen maken lawaai. Dan zeg je dat
deze
vervoermiddelen hun niet naar het bos kunnen brengen. De kinderen zouden een
bezemsteel moeten hebben zoals
Platvoetje.
Kern
Laat de kinderen proberen om van zichzelf een bezemsteel te maken. Hoe
zou dat kunnen? Als
bezemsteel ben je stijf en moet je toch nog een beetje kunnen bewegen.
Laat de leerlingen
(open, springen, huppen, etc. Ook laat je alle lichaamsdelen een keer apart
stijf bewegen, dus
alleen een arm, alleen een been, de romp. De kinderen worden gestimuleerd en
geprezen.
Vervolgens zeg je tegen hen dat deze stijve bedoening niet handig is om tussen de bomen en
de takken door te vliegen.
De kinderen moeten de bewegingen strak blijven uitvoeren, maar wel wat
soepeler. Alle
vormen worden nogmaals herhaald. Dan zeg je dat Platvoetje blij is dat iedereen
in haar bos
arriveert. (Maak gebruik van een handpop of speel zelf voor Platvoetje. Je moet dan wel
vrolijke schoenen aantrekken.)
Vervolgens probeert iedereen met platte voeten te lopen, snel en
Langzaam, met sprongetjes
en rare bewegingen ertussen. Ook proberen ze hard te stampen en zachtjes te
stampen met
platte voeten.
Roep alle kinderen bij elkaar en
fluit je het deuntje van de lelijke toverheks. Wanneer je het
deuntje vloeiend fluit, zijn de kinderen Platvoetje en wanneer je het hoekig
fluit, dan zijn de
leerlingen de bezemsteel. Laat ze goed luisteren naar de muziek. Afwisselend worden
beide
manieren gefloten.
Afsluiting
Zangspel:
Platvoetje wil de
kinderen bij dat leuke wijsje nog een liedje leren. Je zingt de tekst en de
kinderen mogen meedoen. Wanneer het een beetje beheerst wordt, kunnen de
leerlingen de
bewegingen die in het lied voorkomen uitbeelden. Hierna zwaait
Platvoetje iedereen uit en is ze
erg blij dat de Leerlingen bij haar op
bezoek zijn geweest.
Bron: lessuggesties rond prentenboeken van Ingrid en Dieter
Schubert/Markiezaats
bibliotheken
|