Lessuggesties

              Omhoog

Start
Onderbouw
Bovenbouw
Verteltassen
Verteltafel
Kamishibai
Poëzie
Musical
Kinderboekenweek
Voorleesdagen
Boekentips
Links
Gastenboek
Leskisten
Lesbrieven

 


                                       
                                     Er kan nog meer bij

                                                                Er kan nog meer bij
                                                                Er kan nog meer bij
                                                                Ingrid Schubert

  Boekgegevens
  Ingrid en Dieter Schubert
  Er kan nog meer bij
  ISBN 90-5637-368-4
  Lemniscaat, € 12,50
  Prentenboek / vervoer, fantasie

  Bever heeft een mooi klein bootje gemaakt, maar het maakt op zijn vrienden niet veel indruk. Dan maakt hij
  een groot vlot, waar ze allemaal op kunnen. Prachtig wordt het! De een na de ander komt aan boord: Mol,
  Egel, Haas, Das. Het vlot duwen wordt hoe langer hoe zwaarder voor Bever. Met de grote Beer er nog bij, flink
  veel geschommel en dan nog één klein vlindertje dat op het vlot landt, gebeurt waar alle lezertjes al op zitten
  te wachten; het vlot kiepert om. Iedereen is nat maar tevreden, behalve Bever. Die zoekt zijn eigen
  piepkleine bootje fijn weer op.

  1
  Leestip

  Goed kijken levert veel extra plezier op tijdens het voorlezen van dit mooie prentenboek. Lees het eerst in de
  hele groep. De keer daarop lees je het met 2-4 kinderen. Ga zô zitten dat alle kinderen kunnen meekijken. Kijk
  samen terwijl je vertelt in een rustig tempo naar de platen. Ingrid en Dieter Schubert zorgen altijd voor veel
  leuke details en extraatjes op hun illustraties. Een groen kikkertje dat zich onder water vasthoudt aan de
  peddelstok van l3ever kun je door het hele boek heen volgen. Zoek samen waar hij is. En er is ook een muisje
  dat steeds opduikt. Wie vindt hem?


Idee: knutselen en spelen met water

Bij de watertafel of met een flinke teil water kunnen kleuters zelf experimenteren met het drijfvermogen van
vaartuigjes. Eerst zelf maken, dan proberen. Wat drijft goed? Plastic speelgoedbootjes (bestaande of zelfgemaakte van lego), vlotjes van stukjes hout (gebruik afvalhout zonder splinters) of kurk (een stel kurken aan elkaar gelijmd of gebonden), papieren bootjes. En wat niet of niet lang? Wat gebeurt er als je ballast op een vlotje zet? Hoeveel kan zo’n vlotje hebben? Wat gebeurt er als een papieren vaartuigje heel nat wordt? Of als je een drijvend plastic bootje of  flaconnetje vult met zand?


Idee: zangspelletjes over varen

Het thema varen heeft al heel wat liedjes opgeleverd. Bij veel van die liedjes kun je spelletjes doen. Voorbeelden: ‘
Schipper mag ik overvaren?’, ‘Berend Botje, ‘t Schip moet zeilen’, ‘Witte zwanen, zwarte zwanen’, ‘Schuitje varen’. Ze zijn te vinden in Alle liedjes met een hoepeltje erom, met muzieknotatie en spelaanwijzingen (Unieboek, ISBN 90- 269-9537-7, € 26,99).

  4
  Verteltafel

  Ga naar Verteltafels voor een voorbeeld met foto!

  • Leeskraam • 2003 • nummer 1 • 9                             
  _____________________________________________________________________________________

Tekstvak:




 





Suggesties:

1
Bever heeft een boot gebouwd. Zomaar, in zijn eentje. Hij is er nogal trots op. Het is een mooi, sterk bootje. Vrolijk peddelt hij Langs de oever, op zoek naar zijn vrienden. Bever Laat zijn bootje zien en ze willen graag allemaal een stukje met Bever varen. En Bever gaat een groter vlot bouwen.
Lees het verhaal voor aan de kinderen. Bever vaart in een bootje op het water. Hoe kan dat eigenlijk, hoe kan het dat het bootje blijft drijven? Later bouwt Bever een vlot. Daar kunnen meer dieren op. Hoe kan het dat dit vlot blijft drijven? Op een gegeven moment gaat het vlot toch ten onder. Waarom gebeurt dit? Blijft alles op water drijven? Wat wel en wat niet?

2
Zet een watertafel in het lokaal. Verzamel verschillende dingen zoals hout, steen, potjes en bakjes om de kinderen zelf te laten ondervinden wat blijft drijven en wat niet. Potjes en bakjes kunnen ook met verschillende materialen gevuld worden om te onderzoeken hoelang ze nog blijven drijven.

3
Er komen nogal wat verschillende dieren in het verhaal voor. Vertel de kinderen over de dieren. Laat de overeenkomsten zien, bijvoorbeeld ze wonen in het bos, de meesten hebben een harige vacht. En vertel ook over de verschillen, bijvoorbeeld in grootte, in wat ze eten, waar ze precies
wonen.

4
Zoek plaatjes van de dieren en maak er kaartjes van. Maak ook kaartjes van de verschillende kenmerken. Laat de kinderen de juiste kenmerken bij het juiste dier leggen.

5
Bever laat zijn boot aan zijn vrienden zien en peddelt alleen verder. Hij wil zijn boot niet delen met zijn vrienden. Als hij een poosje doorvaart, wordt het stil. Akelig stil en Bever mist zijn vrienden en gaat een groot vlot bouwen om samen met zijn vrienden te kunnen varen. Praat hierover met de kinderen. Heb je ook wel eens iets wat je niet wil delen met een ander? Wat dan? Waarom wil je dat niet delen? Wil je misschien alleen met je beste vriendje delen of met je zusje of je ouders?

Leesgoed 4
2002