


|
|
Lessuggesties voor in
de onderbouw
Op internet zijn
verschillende websites te vinden, die betrekking hebben op dit onderwerp.
Hieronder zijn een aantal suggesties ‘gebundeld’.
Kinderen van drie tot zes jaar kennen het verschil tussen leven en dood. Ze
gebruiken het woord ‘dood’ in hun gesprekjes en in hun spel. Maar ze weten
niet precies wat de dood inhoudt. Ze geven de doden nog vaak eigenschappen
van levende personen. Kinderen begrijpen het definitieve karakter van de
dood nog niet. Of ze zien de dood als iets tijdelijks, een soort slaap. In
eerste vragen die de kinderen stellen, hoor je geen verdriet. Hun vragen zin
vooral praktisch van aard. Het zijn de vragen over hoe en waarom. Later
komen de vragen die te maken hebben met wat dood is en waar de dode nu is.
Daarna komen pas verdriet, boosheid en andere gevoelens. Langzamerhand
beginnen ze te begrijpen dat de dood een afscheid voor altijd is.
1
Klassengesprek
Tijdens het eerste gesprek in de klas kun je aan de kinderen vertellen
wat er gebeurd is. Zorg voor voldoende ruimte voor de reacties van de
kinderen.
Geef de kinderen de mogelijkheid te reageren, maar het is niet verplicht.
Tijdens dit eerste gesprek is het belangrijk dat je let op de reacties van
elke leerling.
Voordat je het nieuws in de klas gaat vertellen in het belangrijk dat je
informatie hebt ingewonnen, zodat je de kinderen zo goed mogelijk kan
informeren. Daarnaast is het ook belangrijk dat je nagaat of er kinderen in
de klas al eens eerder in aanraking zijn geweest met het rouwproces, omdat
hier reacties op los kunnen komen. Na dit gesprek waarin het uiten van
gevoelens en reacties centraal staan kan een tweede gesprek volgen.
Tijdens een tweede gesprek kan je verder doorgaan op wat er nu gaat
gebeuren. De kinderen hebben het allemaal even kunnen laten bezinken. In dit
tweede gesprek kun je met de kinderen praten over de uitvaart, de
rouwrituelen die bij de cultuur van deze leerling horen.
Daarnaast kun je kinderen de ruimte bieden om te praten over een
groepsactiviteit ten aanzien van de overledene.
Aandachtspunten verschillende culturen:
- elke cultuur heeft eigen rouwrituelen, om de kinderen goed te
informeren moet je hier van op de hoogte zijn
- moslims worden vaak in hun vaderland begraven of anders op een
Islamitische begraafplaats; hier mogen niet altijd “buitenstaanders” bij
- joodse mensen leggen geen bloemen maar stenen op het graf neer
2
Herdenkplek in de klas
Kinderen hebben vaak behoefte aan een eigen plek waar ze iemand kunnen
herdenken.
Hiervoor kun je een herdenkplek inrichten. Maak een plek in de klas vrij en
zet er een tafel neer. Op deze tafel worden dingen gezet die de kinderen aan
de overledenen doet denken, bijvoorbeeld:
- een foto
- een knuffel
- een boekje waar de kinderen iets in kunnen schrijven of tekenen
- bloemen enz.
Daarnaast is er nog ruimte om de kinderen voorwerpen neer te laten leggen
die zij bij de overledene vinden horen. Deze moeten natuurlijk niet te groot
zijn.
Deze voorwerpen worden op de tafel neergelegd/gezet, daarna wordt het in de
klas besproken: waarom heb je juist dit meegenomen? Waarom doet dit je aan
haar/hem denken?
Het is belangrijk dat je als leerkracht het overleden kind bij de groep
blijft betrekken. Haal niet gelijk de tafel en de stoel van het kind weg,
maar hou die plek in ere. Bij jonge kinderen kunnen je ook het stoeltje
gebruiken wanneer het om een overleden klasgenootje gaat, kleuters denken
heel concreet, het was zijn stoeltje, het hoort bij hem.
Aandachtspunten verschillende culturen:
Hindoestanen zetten naast bloemen ook rookwaren neer
Joden leggen geen bloemen neer, maar stenen.
3
Tekening maken
Je kunt de kinderen in de klas een tekening laten maken, waar in de
overleden persoon centraal staat. Op deze manier kunnen de kinderen via
expressie hun gevoelens uiten. Kinderen hebben vaak moeite met het onder
woorden brengen van gevoelens, in een tekening kunnen ze dit de vrije loop
laten.
Eventueel kun je de tekeningen in overleg met de nabestaande meegeven met de
kist of aanbieden aan de familieleden als herinnering.
Aandachtspunten verschillende culturen:
Geen specifieke aandachtspunten, het voornaamste doel van deze activiteit is
het uiten van gevoelens en verwerking, hier passen geen richtlijnen of
aandachtspunten bij.
4
Knutselen
Je kunt de kinderen zelf iets laten knutselen voor de overledene.
Via creatieve werkvormen, waaronder knutselen kunnen kinderen via expressie
hun gevoelens uiten. Dit kan op verschillende manieren.
Als er sprake is van een specifieke hobby of voorkeur van het overleden
kind, zou er iets geknutseld kunnen worden dat met dat onderwerp te maken
heeft voor de begrafenis of het graf. Voor de kinderen is dit herkenbaar en
dus vertrouwd.
De vlinder symboliseert het afscheid nemen en het einde van een cyclus (rups
- cocon - vlinder). Je kunt met de groep vlinders maken.
Aandachtspunten verschillende culturen:
- symbolen of andere tekens moeten niet recht tegenover de cultuur van de
overledene staan.
5
Afscheidsboek
Met de hele groep gezamenlijk een afscheidsboek maken. Ieder kind maakt
individueel iets voor in het boek. Dit kan een tekening zijn, een plakwerkje
enz.
Naast deze verwerkingen van de kinderen zelf wordt er ook nog wat verteld
over de overledene en er wordt een foto ingeplakt.
Dit boek kan een centrale plek krijgen in de klas, bijvoorbeeld op de
herdenkingsplek, het kan ook aangeboden worden aan de nabestaande.
Dit boek kan een goede afsluiting vormen van het uiteindelijke rouwproces in
de klas.
Aandachtspunten verschillende culturen:
Geen specifieke aandachtspunten met betrekking op verschillende culturen,
het is voor de kinderen hun persoonlijke manier om afscheid nemen van de
overledene, hier zijn specifieke richtlijnen en aandachtspunten niet op zijn
plaats.
6
Prentenboeken of anderen verhalen gebruiken
Er zijn verschillende kinderboeken verschenen, waarin de dood
centraal staat.
Aan de hand van een kinderboek kun je het onderwerp in de klas ter sprake
brengen.
De kinderen ervaren hierdoor dat zij niet uitzonderlijk zijn en kunnen
hierdoor meer over het verlies en verdriet gaan praten In dit gesprek is het
belangrijk dat het steeds dichter bij het kind komt te staan, dus vanuit het
boek naar het kind werken. Het is van belang dat een kind zijn of haar
gevoelens kan uiten en dit durft te delen met andere kinderen. Daarnaast
bieden boeken en verhalen goede aanknopingspunten voor eventuele
verwerkingsactiviteiten.
Jonge kinderen hebben nog weinig greep op de wereld en vaak nog weinig
ervaring met rouwverwerking, het boek geeft hen een beeld van het onbekende,
vaak hebben kleuters de behoefte om het boek uit te spelen in poppenhoek of
zandtafel.
Aandachtpunten verschillende culturen:
- sluit het verhaal in het boek aan bij de rouwrituelen rondom de
overledene?
- is er respect voor bepaalde geloven?
|