













|
|
Poppenkast

Bron: Ingrid
en Dieter Schubert, Platvoetje, uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam, 1986
Thema: anders zijn - heksen - niemand is volmaakt
Leeftijd: 5 jaar
Poppen: Nikkie met flaporen, heksje met gele tanden en grote schoenen aan
waarin
platvoeten steken.
Decor: poppenkast met speelplank. Daarvoor plastic of kranten op de grond
om de verf op te
vangen.
Nodig:
tandenborstel, gebroken bezemsteel, brief, vrolijke kleuren verf, kwastjes.
Inleiding:
(De leerkracht staat voor de poppenkast en vertelt:) Halverwege hemel en
aarde
wonen de heksen. Deze morgen zijn ze allemaal heet ongerust. Platvoetje is weg!
Platvoetje,
waar ben je? klinkt het door het heksenbos. (Tot de kinderen) Zullen wij ook eens
roepen? Wij
vinden haar misschien! (Samen roepen ze: Platvoetje, waar ben je? De leerkracht
verdwijnt
achter de poppenkast.
Nikkie en het heksje komen links op en het heksje gaat liggen slapen.)
Nikkie: Hé heksje, word eens
wakker! (Het heksje springt op.)
Heksje: Wie maakt mij daar
wakker? Ik wil slapen.
Nikkie: Ik! Ik wil mijn
tanden poetsen. Hé, ben jij een echte heks?
Heksje: Natuurlijk ben ik
een heks. Tandenpoetsen. Brrr, niets voor mij. Kijk maar naar mijn
tanden, mooi geel. Nooit gepoetst, in geen 777 jaar! (Nikkie wil de
tandenborstel pakken, maar
het heksje is haar voor.) Ha een nieuwe bezem. (Het heksje vliegt weg op de
tandenborstel,
maar blijft zichtbaar.)
Nikkie: Geef op dat ding. Ik
wil mijn tanden poetsen.
Heksje: Ik wil, vliegen.
Nikkie: Geef terug. Heksen
vliegen niet op tandenborstels. Je bent helemaal geen heks.
Heksje: Ik ben wel een heks
en ik heb een èchte bezemsteel. Kijk maar. (Het heksje pakt een
gebroken bezemsteel.) Maar ik ben uit de bocht gevlogen en nu is de bezem
gebroken. En ik wil
weg... .ver weg!
Nikkie: Waar ga je heen?
Heksje: Weg... .ver weg.
Nikkie: Waarom? (Het heksje
gaat dichterbij Nikkie staan.)
Heksje: Zie je dan niets
geks aan mij? Ze lachen me allemaal uit.
Nikkie: Ik zie niets. (Tot
de kinderen.) Kinderen, zien jullie iets? (Reactie kinderen.)
Heksje: Nou, en mijn voeten
dan.
Nikkie: Niks, gewoon grote
heksenvoetjes.
Heksje: Dat is het juist. Ze
noemen met allemaal: Platvoetje
Nikkie: Ach, Lief
Platvoetje, we hebben allemaal wel iets geks. Kijk maar naar mij:
ik heb zeiloren. Veel te groot. De kinderen roepen me na: Nikkie, kun je
al vliegen met die grote
oren? Maar jouw voeten vind ik prachtig.
Heksje: Eigenlijk vind ik ze
zelf ook wel mooi, alleen ze zien er zo saai uit.
Nikkie: Daar heb ik
misschien wel een idee voor, maar ik ga eerst mijn tanden poetsen. Dan
bedenk ik wel wat. (Nikkie gaat haar tanden poetsen.)
Heksje: Doet dat pijn?
Nikkie: Nee, het kriebelt.
Wil je ook eens?
Heksje: Nee, liever niet.
(Nikkie is klaar met poetsen.)
Nikkie: Ik heb een idee voor
je voeten: verf. We kunnen ze verven. Kom, we gaan naar de
keuken. (Nikkie en het heksje gaan links af. De leerkracht komt met het heksje en
Nikkie voor de
poppenkast.
Samen met de kleuters verven ze de schoenen van de heks. Daarna komen ze
links weer op.)
Heksje: Prachtig vind is ze.
Niemand in heet heksentand heeft zulke vrolijke voeten. Ik ga er
naar toe. Ik ben benieuwd wat ze nu zullen zeggen.
Nikkie: Ga je nu al weg? Zie
ik je dan nooit meer?
Heksje: Jawel hoor, en ik
heb nog een afscheidsgeschenkje voor je. (Heksje geeft een klapzoen
aan Nikkie.) Daaaag!
Nikkie: Daaaag! (Nikkie gaat
links en het heksje rechts af. De leerkracht komt achter de
poppenkast vandaan en vertelt:)
Leerkracht: Een paar dagen
Later kreeg Nikkie deze brief. (De leerkracht toont de brief.) Wat
zou het heksje hebben geschreven en wat zat Nikkie terugschrijven? Zullen wij
dat samen eens
gaan verzinnen?
Verwerking:
Samen de brieven schrijven.
Oude schoenen meenemen en die gaan verven.
Bron: Lessuggesties Markiezaats bibliotheken/ Ingrid en Dieter
Schubert
|